4 Februari 2016

Het gebeurd altijd onverwachts maar deze keer toch wat minder onverwacht en wat minder intimiderend dan de vorige twee keren. Een wat fatsoenlijker tijd ook, welliswaar lag ik nog heerlijk te slapen, net als de vorige twee keren dat de Fiod mijn gevangenschap noodzakelijk vond maar dat is mijn eigen schuld. Nette mensen zijn om half tien hun wel bed wel uit.

Rudolph, the post wants you to sign for something, word er geroepen door een van de mensen met wie ik hier samenwerk. Ik trek snel iets aan en teken voor twee poststukken die duidelijk afkomstig zijn van het Ministerie van Justitie hier. Uit die stukken en uit de toelichting die ik van mijn advocaat hier krijg begrijp ik dat de Nederlandse Justitiële autoriteiten behoorlijk hun best hebben gedaan hun collega’s hier er van te overtuigen dat ik ook hier wel grootschalige belastingfraude en faillissementsfraude zal hebben gepleegd en de revenuen daarvan wel op uiterst geraffineerde wijze zal hebben witgewassen. Het ten gevolge daarvan ingestelde onderzoek heeft nogal wat tijd gekost en nu na net geen 6 maanden gevangen in mijn eigen huis hoor ik eindelijk waarom het allemaal zo lang heeft moeten duren.

Er is de autoriteiten hier van geen enkel fiscaal, financieel of ander delict gebleken, alle formaliteiten rond mijn verblijf heb ik altijd keurig op tijd vervult er is geen enkele reden om mij hier voor wat voor een delict dan ook te vervolgen. Ik kan worden uitgeleverd en als de zaken in Nederland achter de rug zijn hoef ik geen enkele zorg te hebben dat mijn verblijfsvergunning niet zal worden verlengd. De rechter en zelfs de aanklager hier hebben wel hun twijfels over de gang van zaken in Nederland uitgesproken. Ik wordt er zelfs op gewezen dat ik het recht heb om het staatsburgerschap van mijn nieuwe vaderland aan te vragen en dat wanneer ik dat zou doen dat zij mij dan volgens het verdrag niet hoeven uit te leveren.

Zolang ik geen staatsburger van dit land ben geld het vertrouwensbeginsel en moeten de autoriteiten hier, tegen wil en dank, de Nederlandse justitiële autoriteiten vertrouwen. Het blijft moeilijk de autoriteiten hier te overtuigen dat ik ook echt niets liever wil dan zo snel mogelijk uitgeleverd worden. Het is lastig mijn haat liefde verhouding met dat rare land daar in Noord-Europa uit te leggen en duidelijk te maken dat daar voor altijd wegblijven voor mij toch ook geen optie is.

Hoe en wanneer ik feitelijk overgeleverd ga worden is dan nog niet duidelijk, maar om een uur of half zeven ’s avonds krijg ik een telefoontje van mijn Nederlandse advocaat zij was vandaag niet op kantoor en vond het e-mailtje van de Nederlandse Officier van Justitie pas toen zij thuiskwam in haar e-mailbox. Volgens de Officier zal ik a.s. dinsdagmorgen om 9.15 aankomen op Schiphol, daar zal ik aangehouden worden en voorgeleid worden aan een hulpofficier van Justitie die mij in verzekering zal stellen. Kort daarna zal ik wel te horen krijgen hoe ik uit een toko die door de belastingdienst 3 jaar lang structureel is leeggeplukt toch nog iets heb kunnen wegfrauderen.